Aangifte erfbelasting: termijn, belastingrente en aandachtspunten
Laatst inhoudelijk bijgewerkt: 26 augustus 2026.
Een aangifte erfbelasting is meer dan het invullen van bezittingen en schulden. Eerst moet worden vastgesteld wie de erfgenamen en andere verkrijgers zijn, welk vermogen tot de nalatenschap behoort en welke waarderingsregels gelden. Een onjuiste of onvolledige aangifte kan leiden tot een te hoge aanslag, een navorderingsaanslag of belastingrente. In dit artikel leest u welke termijn geldt, welke gegevens nodig zijn en op welke punten extra aandacht verstandig is.
Wanneer moet u aangifte erfbelasting doen?
Ontvangt u van de Belastingdienst een aangiftebrief? Dan moet de aangifte vóór de inleverdatum in die brief zijn ontvangen. Dit geldt ook als u verwacht dat uiteindelijk geen erfbelasting verschuldigd is.
Hebt u geen aangiftebrief ontvangen, maar verwacht u dat de waarde van uw verkrijging hoger is dan uw vrijstelling? Neem dan zelf contact op met de Belastingdienst. Het uitblijven van een brief betekent niet automatisch dat geen aangifte nodig is.
Wie aangifte doet, hangt mede af van het testament. Heeft de overledene een executeur aangewezen, heeft deze persoon de benoeming aanvaard en behoort het doen van aangifte tot diens taak? Dan verzorgt de executeur in de regel de aangifte voor alle erfgenamen. Is er geen executeur, dan kunnen erfgenamen gezamenlijk aangifte doen, iemand aanwijzen om dit namens hen te doen of ieder afzonderlijk aangifte doen.
Voor een overlijden in 2026 geldt een termijn van 20 maanden
Voor een overlijden in 2026 moet de aangifte erfbelasting uiterlijk 20 maanden na de overlijdensdatum zijn ingediend. De precieze inleverdatum staat in de aangiftebrief. Voor overlijdens in 2025 of eerder geldt nog de oude termijn van acht maanden.
- Overlijden in 2026: de reguliere aangiftetermijn is 20 maanden.
- Overlijden in 2025 of eerder: de reguliere aangiftetermijn is acht maanden.
De langere termijn geeft nabestaanden meer ruimte om bankgegevens, belastingaanslagen, waarderingen en andere documenten te verzamelen. Het blijft verstandig om kort na het overlijden met de inventarisatie te beginnen. Een testament, een onderneming, buitenlands vermogen, eerdere schenkingen of vorderingen van kinderen kunnen de aangifte aanzienlijk ingewikkelder maken.
De actuele inlevertermijn kunt u ook controleren op de pagina Wanneer moet mijn aangifte erfbelasting binnen zijn? van de Belastingdienst.
Welke gegevens hebt u voor de aangifte erfbelasting nodig?
Een goede aangifte begint met een volledige inventarisatie. Afhankelijk van de nalatenschap zijn onder meer de volgende gegevens nodig:
- de aangiftebrief en het burgerservicenummer van de overledene;
- het testament en eventuele codicillen;
- de huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden of het samenlevingscontract;
- de gegevens van erfgenamen, legatarissen en andere verkrijgers;
- overzichten van betaal-, spaar- en beleggingsrekeningen op de overlijdensdatum;
- gegevens van woningen en andere onroerende zaken;
- hypotheken, leningen, belastingschulden en andere schulden;
- verzekeringspolissen en eventuele uitkeringen na overlijden;
- gegevens over een onderneming of aandelen in een vennootschap;
- akten van eerdere schenkingen en afspraken over papieren schenkingen;
- vorderingen en schulden die zijn ontstaan bij een eerder overlijden;
- facturen van de uitvaart en uitkeringen uit een uitvaartverzekering.
De Belastingdienst heeft hiervoor een actuele checklist met benodigde gegevens.
Bepaal eerst wat werkelijk tot de nalatenschap behoort
Niet ieder vermogensbestanddeel dat op naam van de overledene staat, behoort volledig tot de nalatenschap. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap moet eerst worden beoordeeld welke vermogensrechtelijke regeling geldt. Ook huwelijkse voorwaarden, gezamenlijke eigendom, verrekenbedingen en eerdere nalatenschappen kunnen invloed hebben.
Daarna moet worden vastgesteld wie op grond van de wet of het testament iets verkrijgt. Daarbij gaat het niet alleen om erfgenamen. Ook een legaat, vruchtgebruik, een beroep op de legitieme portie of een uitkering uit een levensverzekering kan voor de erfbelasting van belang zijn.
Bij een wettelijke verdeling ontvangen de kinderen doorgaans een geldvordering op de langstlevende ouder. De omvang van die vordering, een eventuele renteafspraak en de verwerking van eerder voorgeschoten erfbelasting moeten zorgvuldig worden vastgelegd. Dit is niet alleen van belang voor de eerste aangifte erfbelasting, maar ook voor de nalatenschap van de langstlevende.
Waardeer bezittingen en schulden volgens de fiscale regels
Voor de aangifte erfbelasting gelden verschillende waarderingsregels. Banktegoeden worden in beginsel opgenomen naar de waarde op de overlijdensdatum. Voor beursgenoteerde effecten geldt de officiële koers van de werkdag vóór de overlijdensdatum.
Voor een woning mag in beginsel worden gekozen tussen de WOZ-waarde van het jaar van overlijden en de WOZ-waarde van het daaropvolgende jaar, zodra die bekend is. De laagste waarde mag worden gebruikt. Is de WOZ-waarde van het volgende jaar pas na de aangifte bekend en blijkt deze lager te zijn, dan kan vermindering van de aanslag worden gevraagd. Voor verhuurde woningen, serviceflats, erfpacht en ingrijpend gewijzigde woningen kunnen aanvullende regels gelden.
Schulden van de overledene kunnen onder voorwaarden in mindering komen op de nalatenschap. Van de uitvaartkosten zijn alleen de normale kosten van begrafenis of crematie aftrekbaar, verminderd met een eventuele uitkering uit een uitvaartverzekering. Kosten voor bijvoorbeeld de verklaring van erfrecht, de executeur, de verkoop van bezittingen of het opruimen van de woning zijn voor de erfbelasting doorgaans niet aftrekbaar.
Een fiscaal juiste waardering kan veel verschil maken. De verdeling die erfgenamen onderling afspreken, bepaalt bovendien niet automatisch hoeveel erfbelasting ieder verschuldigd is. Voor de belastingheffing is de verkrijging op grond van het erfrecht en de Successiewet het uitgangspunt.
Belastingrente bij de aangifte erfbelasting
Voor overlijdens in 2026 begint de belastingrente in beginsel 20 maanden na de overlijdensdatum. Voor overlijdens in 2025 of eerder is dat acht maanden na de overlijdensdatum. Als de aangifte tijdig, volledig en juist is ingediend en de Belastingdienst niet van de aangifte afwijkt, is in beginsel geen belastingrente verschuldigd.
Het belastingrentepercentage voor de erfbelasting bedraagt in 2026 5%. Dit percentage kan jaarlijks wijzigen. Bij een aanzienlijke nalatenschap kan belastingrente daarom snel oplopen.
Verwacht u dat de volledige aangifte niet vóór de inleverdatum kan worden afgerond? Dan kan binnen de aangiftetermijn een voorlopige aanslag erfbelasting worden aangevraagd. Daarmee kan belastingrente worden beperkt of voorkomen. De voorlopige aanslag moet wel zoveel mogelijk aansluiten bij de uiteindelijk verschuldigde erfbelasting. Over een later bij te betalen bedrag kan alsnog rente worden berekend. Lees hierover meer bij de Belastingdienst: voorlopige aanslag erfbelasting aanvragen.
Uitstel voorkomt belastingrente niet automatisch
Uitstel van aangifte en belastingrente zijn twee verschillende zaken. Voor een overlijden in 2026 is uitstel alleen in uitzonderlijke situaties mogelijk en moet het verzoek worden gemotiveerd. Ook als uitstel wordt verleend, kan vanaf 20 maanden na het overlijden belastingrente worden berekend. Wacht daarom niet met het maken van een voorlopige berekening totdat alle details definitief bekend zijn.
Veelgemaakte fouten bij de aangifte erfbelasting
In de praktijk zien wij regelmatig dat een aangifte te eenvoudig wordt benaderd. Veelgemaakte fouten zijn:
- te laat beginnen met het verzamelen van gegevens;
- niet controleren of een testament of executeur aanwezig is;
- het volledige gezamenlijke vermogen als nalatenschap behandelen;
- een woning of belegging volgens de verkeerde waarderingsregel opnemen;
- aftrekbare schulden of normale uitvaartkosten vergeten;
- niet-aftrekbare afwikkelingskosten toch in mindering brengen;
- vorderingen uit een eerder overlijden en de bijgeschreven rente niet verwerken;
- een levensverzekeringsuitkering, buitenlands vermogen of eerdere schenkingen over het hoofd zien;
- alleen kijken naar de laagste belasting bij het eerste overlijden, zonder de gevolgen voor de langstlevende en kinderen te beoordelen;
- geen voorlopige aanslag aanvragen terwijl de aangifte niet tijdig kan worden afgerond.
Wanneer is deskundige begeleiding verstandig?
Een eenvoudige nalatenschap kan vaak zelfstandig worden aangegeven. Deskundige begeleiding is vooral verstandig wanneer sprake is van een testament, een wettelijke verdeling, een eigen onderneming, onroerend goed, buitenlands vermogen, eerdere schenkingen, vruchtgebruik, een samengesteld gezin of discussie over de waardering.
FPS Advies kan de aangifte erfbelasting verzorgen en beoordeelt daarbij niet alleen of de cijfers correct zijn. Wij kijken ook naar de civielrechtelijke uitgangspunten, de beschikbare fiscale keuzes en de gevolgen voor de verdere vermogens- en fiscale planning. Lees meer over onze begeleiding bij erfbelasting.
Hulp nodig bij uw aangifte erfbelasting?
Wilt u zekerheid over de samenstelling van de nalatenschap, de juiste waarderingen en de te betalen erfbelasting? Wij kunnen de aangifte controleren of volledig voor u verzorgen. Daarbij leggen wij de gemaakte keuzes duidelijk vast, zodat ook later kan worden herleid hoe de nalatenschap en de belasting zijn berekend.
Neem contact op met FPS Advies voor een beoordeling van uw situatie.
Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen persoonlijk juridisch of fiscaal advies. De toepasselijke regels en uitkomsten zijn afhankelijk van de overlijdensdatum, het testament en de persoonlijke omstandigheden.