Box 3-besluit 2026: wat verandert per 5 september?

Sinds 5 september 2026 geldt een vernieuwd Box 3-besluit. Het vervangt het besluit van 7 mei 2024, dat vanaf 18 mei 2024 gold. Niet alle regelingen zijn nieuw. De tegemoetkomingen voor vertraagde belastingaanslagen en de praktische waarderingsregel voor vruchtgebruik bestonden al. De belangrijkste actualisering betreft de samenhang met de tegenbewijsregeling box 3. Daarnaast is de terugwerkende kracht bij bepaalde vruchtgebruiksituaties aangepast.

Het verschil tussen het besluit uit 2024 en 2026

Het verschil tussen het besluit uit 2024 en 2026

Het nieuwe besluit verandert dus niet alles, maar maakt vooral duidelijk hoe de bestaande goedkeuringen uitwerken wanneer een belastingplichtige gebruikmaakt van de tegenbewijsregeling.

Erfbelastingschulden mogen wél in box 3 worden opgenomen

Belastingschulden zijn in beginsel geen aftrekbare schulden in box 3. Voor een schuld wegens erfbelasting geldt echter een belangrijke uitzondering. Te betalen erfbelasting mag wel als schuld in box 3 worden aangegeven. Daarbij blijft de normale schuldendrempel van box 3 van toepassing.
Dit onderscheid is belangrijk. Een erfbelastingschuld kan rechtstreeks als box 3-schuld worden verwerkt. Bij inkomstenbelasting en schenkbelasting werkt het anders: die schulden zijn niet rechtstreeks aftrekbaar, maar onder de voorwaarden van het Box 3-besluit mag het aanwezige banktegoed worden verminderd.
Lees ook meer over onze begeleiding bij erfbelasting en nalatenschapsplanning.

Geld gereserveerd voor inkomstenbelasting

De hoofdregel voor belastingschulden kan ongunstig uitpakken wanneer u voldoende geld hebt gereserveerd voor een aanslag inkomstenbelasting, maar de Belastingdienst de aanslag niet vóór 1 januari oplegt. Het geld staat dan op de peildatum nog op uw bankrekening en telt zonder tegemoetkoming mee als box 3-vermogen.

Onder voorwaarden mag u de waarde van uw banktegoeden verminderen met het bedrag van de verschuldigde inkomstenbelasting. Daarvoor moet u tijdig:

  • minimaal acht weken voor het einde van het kalenderjaar een verzoek om een voorlopige of nadere voorlopige aanslag hebben ingediend; of
  • minimaal dertien weken voor het einde van het kalenderjaar aangifte inkomstenbelasting hebben gedaan.

Een verzoek om een voorlopige aanslag is daarbij aan de orde zolang nog geen aangifte is ingediend. Daarnaast moet de vertraging in de verwerking ervoor hebben gezorgd dat u redelijkerwijs niet meer vóór 1 januari kon betalen.

De vermindering bedraagt maximaal het bedrag dat uiteindelijk op de aanslag verschuldigd is. Het banktegoed kan door de correctie niet onder nul uitkomen. Is de aanslag inkomstenbelasting inmiddels al vastgesteld? Dan kan de inspecteur de tegemoetkoming op schriftelijk of digitaal verzoek verwerken door de aanslag te verminderen.

Het gaat dus niet om een algemene aftrek voor inkomstenbelastingschulden. De tegemoetkoming geldt alleen als aan de voorwaarden en indieningstermijnen uit het besluit is voldaan.

Tegemoetkoming bij een vertraagde aanslag schenkbelasting

Een vergelijkbare regeling geldt voor schenkbelasting. Wanneer uiterlijk acht weken voor het einde van het jaar van schenking aangifte is gedaan, maar de aanslag door de verwerkingstijd niet vóór 1 januari kon worden betaald, mag het gereserveerde bedrag onder voorwaarden buiten de waarde van de banktegoeden blijven.

Daarbij geldt dat:

  • op de peildatum voldoende banktegoed aanwezig moet zijn;
  • de vermindering niet hoger mag zijn dan de verschuldigde schenkbelasting;
  • het banktegoed door de vermindering niet negatief mag worden.

Bij de aangifte inkomstenbelasting kan worden uitgegaan van het verschuldigde bedrag uit de aangifte schenkbelasting. Is inmiddels een voorlopige of definitieve aanslag schenkbelasting opgelegd, dan is het bedrag van die aanslag leidend.

Een eenvoudig voorbeeld laat het belang zien. Stel dat u € 100.000 aan schenkbelasting moet betalen en dit bedrag op 1 januari nog op uw spaarrekening staat doordat de aanslag te laat is opgelegd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, mag het banktegoed voor box 3 met maximaal € 100.000 worden verminderd. Uitgaande van het voorlopige spaarrendement van 1,28% en het box 3-tarief van 36% in 2026 kan dit in een eenvoudige situatie ongeveer € 461 aan box 3-belasting schelen. Het werkelijke voordeel hangt af van uw totale vermogen, de vrijstelling, eventuele schulden, uw fiscale partner en het uiteindelijk vastgestelde rendementspercentage.

Een schenking heeft bovendien niet alleen gevolgen voor de schenkbelasting. Ook de box 3-posities van de schenker en ontvanger en de toekomstige erfbelasting kunnen veranderen. Door de aangifte, vermogenspositie en nalatenschapsplanning gezamenlijk te beoordelen, ontstaat inzicht door overzicht.

Tegenbewijsregeling ontvangen rente blijft meetellen

De tegemoetkomingen voor inkomsten- en schenkbelasting bestonden al in het besluit uit 2024. Nieuw is vooral de verduidelijking van de gevolgen wanneer u gebruikmaakt van de tegenbewijsregeling box 3.

Binnen het forfaitaire stelsel mag het banktegoed onder de genoemde voorwaarden worden verminderd. Bij de berekening van het werkelijke rendement blijft de daadwerkelijk ontvangen rente over dat geld echter meetellen. De tegemoetkoming verlaagt dus niet automatisch het werkelijke rendement.

Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen:

  • de waarde van uw banktegoeden op de peildatum; en
  • het rendement dat u gedurende het kalenderjaar werkelijk hebt behaald.

Meer achtergrond vindt u in onze blog over de tegenbewijsregeling en belangrijke data in box 3.

Verkoop van de eigen woning rond de jaarwisseling

Verkoopt u uw eigen woning en staat de opbrengst op 1 januari op een bankrekening, terwijl u het geld later gebruikt voor een nieuwe woning? Dan behoort het banksaldo op de peildatum tot uw box 3-vermogen. Dat het geld afkomstig is uit een eigen woning en slechts tijdelijk op de rekening staat, verandert dat binnen het forfaitaire stelsel niet.

Het besluit uit 2024 bevatte deze uitleg al. Het besluit uit 2026 voegt daaraan een verduidelijking voor de tegenbewijsregeling toe.

In het voorbeeld uit het besluit houdt iemand na verkoop van de woning € 300.000 over. Het bedrag staat op 1 januari op een spaarrekening en wordt op 31 maart gebruikt voor de aankoop van een nieuwe woning. Over die periode wordt € 1.500 rente ontvangen. Als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, wordt bij toepassing van de tegenbewijsregeling alleen die € 1.500 als rendement over dit banksaldo meegenomen.

Een woningverkoop rond de jaarwisseling kan daardoor een duidelijk verschil opleveren tussen het forfaitaire en het werkelijke rendement.

Vruchtgebruik en blote eigendom na een overlijden

Bij bepaalde erfrechtelijke vruchtgebruiksituaties wordt de volledige waarde van de goederen voor box 3 bij de vruchtgebruiker — vaak de langstlevende ouder — in aanmerking genomen. De waarde van de blote eigendom wordt dan niet bij het kind als box 3-bezitting belast. Dit wordt defiscalisering genoemd.

Daarvoor moet het vruchtgebruik juridisch zijn gevestigd. In de praktijk lukt dat niet altijd direct na het overlijden.

Het besluit uit 2024 bood al een tegemoetkoming. Als het vruchtgebruik binnen twee jaar na het overlijden juridisch werd gevestigd, gold de defiscalisering met terugwerkende kracht vanaf de eerste box 3-peildatum na het overlijden.

Vanaf 5 september 2026 is dit verruimd. De defiscalisering kan nu met terugwerkende kracht vanaf de datum van overlijden gelden, mits het vruchtgebruik binnen twee jaar na het overlijden juridisch wordt gevestigd.

De termijn van twee jaar is dus niet veranderd, maar het beginpunt van de defiscalisering wel. Dit verdient aandacht bij de afwikkeling van een nalatenschap. Wordt het vruchtgebruik niet tijdig gevestigd, dan kan dat gevolgen hebben voor de box 3-positie van de betrokkenen.

Vruchtgebruik met een metterwoonclausule

Een metterwoonclausule houdt in dat het vruchtgebruik niet alleen eindigt bij overlijden, maar mogelijk al eerder wanneer de vruchtgebruiker de woning duurzaam verlaat, bijvoorbeeld vanwege opname in een verzorgingstehuis.

Normaal gesproken moet zo’n vruchtgebruik worden gewaardeerd op het bedrag waarvoor het zou kunnen worden aangekocht. Het Box 3-besluit biedt een praktisch alternatief: onder voorwaarden mag de waardering plaatsvinden alsof sprake is van een levensafhankelijk vruchtgebruik.

Deze goedkeuring stond al in het besluit uit 2024 en is in het besluit uit 2026 voortgezet. De vruchtgebruiker en de blote eigenaar moeten er beiden een beroep op doen. Bovendien moeten het vruchtgebruik en de blote eigendom bij hen tot de bezittingen in box 3 behoren.

De goedkeuring geldt ook voor een recht van gebruik en bewoning met een metterwoonclausule.

Wat kunt u nu doen

Het vernieuwde besluit geldt sinds 5 september 2026. Controleer of een van de beschreven situaties bij u speelt. Let daarbij vooral op:

  • het tijdig aanvragen van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting;
  • het tijdig indienen van een aangifte schenkbelasting;
  • het bewaren van bewijs van indiening en correspondentie;
  • het vastleggen van ontvangen rente voor de tegenbewijsregeling;
  • de box 3-verwerking van een nog te betalen erfbelastingschuld;
  • de tweejaarstermijn voor de juridische vestiging van vruchtgebruik;
  • de waardering en gezamenlijke keuze bij een metterwoonclausule.

De uitwerking blijft afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Door inkomstenbelasting, schenkingen, erfbelasting en uw verdere vermogensplanning in samenhang te bekijken, voorkomt u dat relevante aftrekposten of keuzemogelijkheden over het hoofd worden gezien.

Wilt u weten wat het vernieuwde Box 3-besluit voor uw vermogen of nalatenschap betekent? Wij brengen uw situatie, de mogelijke belastingbesparing en de benodigde vervolgstappen overzichtelijk in kaart.

Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Inzicht door overzicht.

Bron: Box 3-besluit 2026, nr. 2026-2613 — volledig besluit (pdf)

    Contact opnemen

    Benieuwd of uw wensen en doelstellingen financieel haalbaar zijn? Plan direct een vrijblijvend kennismakingsgesprek in.

    Financiële Planning Specialist

    Bronsweg 7

    8211 AL Lelystad